Covid 19 - Coronavirus

Meer weten

« Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid. » (Artikel 1 van de organieke wet betreffende de OCMW ’s van 8 juli 1976)

Om ervoor te zorgen dat iedereen een bestaan kan leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid en dus het recht op maatschappelijke dienstverlening te waarborgen, werd er in elke Belgische gemeente een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn opgericht.

De fundamentele regels van de opdracht en de werking van het OCMW werden voornamelijk vastgelegd in 3 wetten :

  • de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de OCMW ’s ;
  • de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  • de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

De maatschappelijke dienstverlening en het recht op maatschappelijke integratie zijn de middelen die door de wetgever ter beschikking worden gesteld opdat eenieder (opnieuw) een leven kan leiden dat aan de menselijke waardigheid voldoet.

« Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn heeft tot taak aan personen en gezinnen de dienstverlening te verzekeren waartoe de gemeenschap gehouden is. Het verzekert niet alleen lenigende of curatieve doch ook preventieve hulp. Deze hulpverlening kan van materiële, sociale ; geneeskundige, sociaal geneeskundige of psychologische aard zijn ». (Artikel 57, §1, van de organieke wet van het OCMW)

De dienstverlening aangeboden door het OCMW kan dus betrekking hebben op het verzorgen, genezen of voorkomen, en kan van materiële, sociale, geneeskundige of psychologische aard zijn. Het OCMW bestudeert elke vraag voor maatschappelijke bijstand en stelt de meest aangepaste middelen voor om hieraan tegemoet te komen.